In zijn hoogste vorm wordt Lijn 3 van de Put de oude putwachter – degene wiens geduld en doorzettingsvermogen de put tot een
Poort 48, regel 3: het experimentele bereik naar diepte
Hoofdnoot
Diepte door vallen en opstaan — de lijn van de patiënt, vaak kostbaar graafwerk dat uiteindelijk op water stuit. Waar de poort als geheel de bron betreft – het verzamelen van hulpbronnen en tribale kennis die van onderaf moet worden gehaald – leeft Lijn 3 in de 6e harmonische, de lijn van stoten, van proces, van het martelaarschap dat nodig is om iets onder de knie te krijgen. Het is de eerste mutatie in de put: het moment waarop de schop van de graafmachine weerstand ondervindt en er een keuze wordt gemaakt om door te gaan met graven of om de hardheid van de grond te vervloeken.
Thema Binnen de Poort
Het onderste trigram van Poort 48 is Water (☵) – diepten, het onzichtbare, de bron. Lijn 3 is de bovenste lijn van dat Water-trigram, die zich op de drempel bevindt waar de diepten ofwel moeten stijgen om de aarde daarboven te ontmoeten, ofwel afgedicht moeten blijven. Binnen de put is dit de lijn van de opgraving. Het water wordt nooit gegeven; het wordt verdiend door de schop, door het touw, door de putschacht die keer op keer in het donker valt. Regel 3 bevat de praktische kennis van de putwachter – niet het theoretische begrip van water (regel 4), noch het leiderschap van de gemeenschappelijke trekking (regel 5), maar de belichaamde vertrouwdheid die alleen maar voortkomt uit het naar beneden gaan, leeg naar boven komen en weer naar beneden gaan.
In zijn hoogste vorm wordt Lijn 3 van de Bron de oude bronbewaarder — degene wiens geduld en doorzettingsvermogen de bron heeft gemaakt


